Leven als … in Suzhou

In de vorige post kon je lezen hoe we een tweede (en eigenlijk ook derde) berg beklommen, maar vóór het zover was, deden we nog enorm spannende dingen met onze tijd in Suzhou. Een thematisch overzichtje van wat er na Huangshan gebeurde:

3 mei 2013: Bezoek aan Ouyuan 偶园 en Dongwuyuan 动物园

Op een zonnige namiddag ergens in het semester besloten Joke, Katrin en ik een bezoekje te brengen aan Ouyuan, ofte “Couple’s Garden”, één van de kleinste tuinen van Suzhou, maar daarom niet minder mooi. En blijkbaar is dit de tuin die het dichtst bij onze universiteit ligt, we moesten enkel naar de hoofdcampus wandelen, de poort uitgaan en de straat oversteken en we waren er al in de buurt. Ernaast gelegen is de Dongwuyuan, in het Nederlands zoveel als “dierentuin”, maar hier toch te begrijpen als een heuse tuin van Suzhou, want ze hebben echt hun best gedaan om de flora te verfraaien. De dieren waren niet in heel erg kleine kooien opgesloten, dus dat viel gelukkig nog mee.

De poort naar Ouyuan

De poort naar Ouyuan

Verjaardagen: Gabriel (10 mei), Shengli (13 mei), Joke (27 mei) en Daniel (18 juni)

Gabriels verjaardag vierden we door eerst goed te eten bij een soort steengrill, daarna karaoke en vervolgens nachtje door in een bar. De volgende ochtend bevonden we ons om zes uur ‘s ochtends aan Jinjihu (Meer van de gouden kip) met als doel de zonsopgang te zien. Dat mislukte, want er was veel mist. Toch een toffe ervaring, want wie overbleef, mocht zichzelf een heuse survivor noemen!

Shengli’s verjaardag brachten we door op Times’ Square, een gebied in Suzhou waarvan Joke noch ik het bestaan van afwisten, maar waarvan ik wilde dat ik het al veel langer kende. Omdat zijn verjaardag op een maandag viel (en omdat we met Gabriels verjaardag al stevig waren uitgegaan), was het een rustige, gezellige avond, die eindigde met een groepje zotten dat terug stapte naar huis. Joke en ik namen een taxi ^^.

The Survivors

The Survivors

Jokes verjaardag kenmerkte zich door een karaoke-avond en een eetavond (net zoals die van mij eigenlijk, hihi). Ik was vooral trots op mijn cadeautje. Ik had namelijk een T-shirt van Suzhou gekocht en daar allerlei mensen (klasgenoten, leerkrachten, vrienden…) van verschillende nationaliteiten ‘Gelukkige verjaardag’ op laten schrijven, met meestal wel succes. Enkele klasgenoten bleken nogal hardleers, maar dat wisten we al uit de lessen zelf. En ook had een leerkracht het bijna verklapt, net zoals toen Joke een Sinterklaascadeautje voor mij had gemaakt.

Ten slotte nog de verjaardag van Daniel (Du Xiaodong 杜晓冬), een Chinese vriend die we kennen van taekwondo en ons trakteerde op avondeten en karaoke! Er kwamen, jammer genoeg voor zijn portemonnee, meer mensen dan hij had uitgenodigd, blijkbaar een gewoonte van de Chinezen… Team buitenland had hem Belgische chocolade cadeau gedaan. Arme Joke, die had voorgeschoten, is echter enkel nog maar door mij terugbetaald. Leuk weetje, Chinezen weten helemaal niet dat een taart dient om op te eten. Integendeel, ze gebruiken het als make-up voor de jarige, die de schoonheidsbehandeling braafjes ondergaat.

Cadeautjes voor Joke

Cadeautjes voor Joke

Slagroomman

Slagroomman

Schol!

Schol!

18 juni: bezoek aan Beisita 北寺塔 en aan het zijdemuseum

Beisita, de Noordelijke tempel pagode, is naar verluidt de hoogste pagode ten zuiden van de Yangtze rivier, zo’n 73 m hoog en telt 9 verdiepen, waardoor je een enorm goed overzicht hebt over Suzhou. En dat was net wat we nodig hadden, op het einde van het jaar: een overzicht over de stad waar we bijna een jaar hadden geleefd en die ons ‘Chinese thuis’ geworden was. Joke en ik konden er naar hartelust herinneringen van het hele jaar ophalen en werden lichtjes triest over het nakende einde.

Ernaast gelegen is het zijdemuseum, dat een overzicht biedt van de zijdegeschiedenis, iets waar Suzhou erg bekend om is. We hebben levende zijderupsen gezien, en ik kan je nu vertellen dat die a) lelijk zijn en b) enorm stinken. Ook waren er lotusvoetjesschoenen. Een leuk museumpje om eens te doen.

Beisita + boeddha

Beisita + boeddha

Taekwondo

Ik heb er al lang niets meer over verteld, maar ook dit semester ben ik taekwondo blijven doen en ik kan nu met trots zeggen dat ik een GROENE GORDEL heb!! Het belangrijkste dat ik heb overgehouden aan Taekwondo zijn mijn Chinese vrienden. Als buitenlander kom je in het begin van het jaar eigenlijk automatisch terecht in de klik van buitenlanders, maar er zijn manieren – zoals lid worden van een club waar vooral Chinezen lid van zijn -, waardoor je wel Chinese vriendjes kan vinden en je Chinees dus kan verbeteren. Maar verbetering van Chinees is niet meer het hoofddoel, wel met hen praten en communiceren, omdat ze echt wel interessant zijn.

Natuurlijk krijg je als buitenlander vaak kansen die Chinezen zelf niet echt krijgen. Zo heb ik Wu Jingyu, de Olympisch kampioene taekwondo, mogen ontmoeten. Die ontmoeting verliep in het kader van een documentaire die één van mijn vrienden aan het maken was over taekwondo, en zou moeten uitkomen in augustus. Ikzelf ben ook verschillende keren geïnterviewd, dus ik ben wel benieuwd naar het resultaat.

Ook heb ik mogen meespelen in een tv-drama, de naam ontschiet me nu even, maar de groepsfoto kan ik wel laten zien:

Taekwondo

Taekwondo

Zo, dat was het voor deze keer. Dus nu vraag ik jullie, heb ik geleefd als koning in Suzhou? Of als iets anders? Hoe ik ook leefde daar, het was goed!

Bergen en dalen (II)

Een vervolgupdate van de vorige post kan je bij dezen lezen. Maar eerst nog het algemene plan voor volgende updates: er komt er nog zeker één van het ‘gewone’ leven in Suzhou de laatste maanden (niet enkel reisjes) en dan één over het einde en het afscheid en dan nog één die verslag doet van mijn laatste weken, reizend door het Rijk van het Midden.

Groetjes vanuit...

Groetjes vanuit…

Voor het definitieve einde er zat aan te komen, met al die examens,  je kent dat wel, besloten we om nog een laatste keer op reis te gaan. Go out with a blast, zeg maar. Zodoende stonden we donderdag 6 juni ‘s ochtends om zes uur of een dergelijk onmogelijk vroeg uur buiten te koekeloren, op weg naar het station. We gingen immers naar een ‘dal’, de stad Wuhan 武汉, hoofdstad van de provincie Hubei 湖北 en meest bevolkte stad van Centraal-China.

Wat hebben we daar gedaan? Wel, allereerst hebben we uitgerust. Hoezo uitgerust? Wel, we waren doodmoe van de regen die we moesten trotseren op de eerste dag. Normaal is Wuhan één van de drie stoofovens van China – een eufemisme voor de dodelijke temperaturen die het kwik daar kan bereiken, maar door de regen was het er koel, koud. Opkikker van de dag was de deftige pita die we hebben gegeten.

Na regen komt pita!

Na regen komt pita!

Dag twee, en een uitgerust team bestaande uit Joke, Katrin, Shengli (of Sjochie voor de intimi) en Thomas waren op verkenning in Wuhan. We deden als eerste de Hubu xiang 户部巷 aan, een bekend eetstraatje in Wuhan.

Hubu xiang met Katrin

Hubu xiang met Katrin

Daarna waren we op weg naar de Gele Kraanvogel Toren (huang he lou 黄鹤楼), een mooie toren op  het hoogste punt van Wuhan. Wellicht is hij zo mooi, omdat hij nog maar zo’n dertig jaar daar staat te pronken. Desalniettemin heeft België ooit aanstaande koning Prins Philippe naar daar op bezoek gestuurd en werden er kiekjes gemaakt. Wij konden het ook niet laten:

Wij met toren op achtergrond

Wij met toren op achtergrond

Daarna zagen we vanop de heuvel een mooi modern gebouw – we konden het niet laten om een kijkje te gaan namen. Bleek het toch wel niet het grastis Xinhai Museum te zijn zeker? Als bij het woord ‘Xinhai’ geen belletje gaat rinkelen, dan is dat normaal. Het is echter wel een belangrijk woordje; het verwijst immers naar de Xinhai revolutie 辛亥革命 in 1911, die verantwoordelijk was voor de val van het Chinese keizerrijk en, zo blijkt uit het museum, ontstaan is uit de Wuchang uprising (nvdr, Wuchang is een district van Wuhan). Jackie Chan heeft er een goed jaar geleden nog een film over uitgebracht. Daarnaast geef ik je ook nog enkele sfeerfoto’s over onze avonturen aan de Yangtze rivier, die blijkbaar door Wuhan stroomt en waarin Chinezen vaak zwemmen.

Chinezen in opstand

Chinezen in opstand

Die avond was het weer trein op en werden we getransporteerd naar… Zhangjiajie 张家界! Daar heb je een mooi park, dat we natuurlijk bezocht hebben aan de “schappelijke” prijs van 160 yuan (= 20 euro) voor een driedagenticket, waarbij je dus een bankkaart krijgt en je duimafdruk gescand wordt. Vrij technisch allemaal… Ook vind je er apen en andere insecten en vuile beestjes. Een overzicht van de dieren die ik moedig heb getrotseerd:

Maar we gingen natuurlijk niet voor de fauna, maar wel voor de flora en de onderliggende gesteenten. Het park kent vooral karstgebergten, die in mooie steile heuvels afsteken tegen de horizon. Echt waar, na Huangshan was dit het mooiste landschap (voorlopig) dat ik heb mogen aanschouwen in China. Binnen het park staat vooral het gebied van Tianzishan 天子山 bekend, alsook de Hallellujaberg, die voorheen Wulingyuan heette, maar omwille van één of andere film – Avatar of zoiets, van een zeker James Cameron en iets met 3D-brilletjes – herdoopt werd.

Hallelluja berg

Hallelluja berg

Zhangjiajie

Zhangjiajie

Ergens in het midden van ons verblijf daar bezochten we een grot daar in de buurt, de Gele Drakengrot. Foto’s trekken was er lastig, en ik heb ook al meer indrukwekkende grotten gezien (grotten van Nerja in Spanje!!), maar toch was het wel de moeite waard. En geloof me, er geraken was gene kattepis.

"Gele draak"

“Gele draak”

De laatste dag in het park dachten we om nog gauw even een dorpje van de lokale bevolking mee te pikken. Wij dus helemaal naar beneden, ervan uitgaand dat die mensen aan de stroom onderaan de voet van de berg leefden. Helaas pindakaas, helemaal op de top, waardoor we terug helemaal naar boven moesten klimmen na helemaal te zijn afgedaald. Grmbl… Maar de klim was wel tof, vooral met Joke. Gelukkig was er dan een kabellift terug naar beneden, hoera technologie. Ook was er een aap die recht in mijn lens keek:

Aapje

Aapje

Na onze avonturen in het park, gingen we naar een Penthouse hostel in Zhangjiajie City, zodat we de volgende dag op ons gemak naar Tianmenshan 天门山 konden gaan, een ander park, aan de andere kant van de stad. Die berg is befaamd omwille van zijn gat in de berg (山), als het ware een poort (门) naar de hemel (天). “Da’s goed” zei Joke, “maar ik ga niet mee. Ik blijf liever in mijn bed want op die berg heb ik last van diarr…” En aldus geschiedde het dat we met z’n drieën ons begaven naar Tianmenshan, in naar verluidt de “langste kabellift ter wereld”. Je kan enkele toffe dingen doen op die berg, die eigenlijk vrij vlak is bovenaan. Zo is er een glasplaat, zodat je onder je de lucht kan zien terwijl je wandelt op de glazen berglank. Er is een mooie boeddhistische tempel. Oh, en een uitkijkpost die wemelt van de vuile insecten. Brrr, de kriebels op mijn rug als ik er nog maar waag aan terug te denken.

Gat in de berg

Gat in de berg

Zo, dat was het dan weer voor deze keer. Veel plezier met naar de prentjes te kijken!

Thomas

April (II) a.k.a. Bergen en dalen (I)

Mijn vorige update is alweer veel te lang geleden en sommige mensen begonnen zich af te vragen of ik nog wel in leven was. Bedankt voor de mails. Bij dezen ontdekken jullie dus al één avontuur dat me toch wel een week beziggehouden heeft. En ja, ik schrijf dit terwijl ik druk bezig ben afscheid te nemen. Weet echter dat er al een eerder verslag het internet heeft bereikt, waarin ik ook een hoofdrol speel ^^.

Het begon allemaal op 25 april 2013. Omstreeks 21.30 vertrokken vijf moedwilligen (Team België (Joke & Thomas) en Team Tsjechië (Micha, Helena en Jan)) vanuit de oostcampus van de universiteit in Suzhou, namen de bus en bereikten gepakt en gezakt het normale station van Suzhou. Daar konden ze niet veel anders doen dan wachten op hun nachttrein. Om het wachten aangenamer te maken, besloot Team België om het spel te spelen “ik ga op reis en neem mee”. Wat nemen we aldus mee naar een gebergte zoals Huangshan 黄山 “de Gele Berg” – dat was immers de doellocatie – de meeste voorbeelden komen zijn uit het leven gegrepen:

  • schilderij
  • handdoek op de kop
  • zonnebril
  • geen fototoestel
  • Lonely planet
  • ballerina’s
  • geen vuilgoedzakken
  • drie tandenborstels
  • extra lenzenvloeistof voor ge weet maar nooit
  • misschien een pyjama
  • in totaal maar twee T-shirts
  • dezelfde outfit als je lief
  • een straffe deodorant voor de persoon naast mij
  • de slaapzak uit het thuisland
  • het Doradekentje
  • mislukte extensions
  • alvast geen sokken
  • dierenoutfits
  • je meest deftige kostuum
  • kronen om mee te betalen
Handdoek op hoofd

Handdoek op hoofd

Na deze lange lijst was ons geheugen moe en waren we dolblij dat onze trein klaar was om ons te ontvangen. Na een korte treinrit van een hele nacht kwamen ’s morgens aan in Tunxi, op een scheet van Huangshan. Het dubieuze minibusje in en uitstappen aan de voet van de berg, bus in op weg naar de kabelbaan en ten slotte voet zetten op wat een top leek van Huangshan, maar eigenlijk nog maar op een haarlengte van het begin verwijderd zou blijken. We begonnen dus te marcheren op een welaangelegd bergpadje.

de eerste hoogtes

de eerste hoogtes

Na een korte lunchpauze besloten we om de eerste bergtreden te… euhm… betreden. Aangevoerd door mijn kamergenoot, tevens Führer van de reis, moesten we als brave soldaatjes blijven marcheren. Maar hoogtes en laagtes die we die dag bereikt hebben, ik kan er nog steeds niet bij. Huangshan is immers niet één enkele eenzame berg zoals de berg Erebor in Midden-Aarde, maar een heus gebergte.

Ondanks de moeite die het koste om de trappen te blijven op- en afgaan, kregen mijn ogen echt wel de mooiste uitzichten die ik ooit heb gezien. In het Chinees zeg je vaak: fengjing ru hua 风景如画 “het landschap is zoals een schilderij” en het is mij nu echt wel duidelijk waar ze de mosterd voor hun landschapsschilderijen gehaald hebben. Als ik eraan terugdenk, kan ik nog altijd moeilijk geloven wat ik met mijn eigen ogen aanschouwd heb.

"Aap kijkt uit in de verte"

“Aap kijkt uit in de verte”

Maar goed, we waren dus onderweg en op de eerste dag hadden we al twee van de drie pieken bereikt die Huangshan rijk is: de 1840 m hoge Bright Summit Peak (Guangming feng 光明峰) en de hoogste piek: de Lotus Peak (Lianhua feng 莲花峰) die een duizelingwekkende 1864 m hoog is en recht tegenover de Bright Summit Peak ligt. Het was zwaar – al dat klimmen, maar het uitzicht was formidabel.

DE TOP

DE TOP

We overnachtten in een niet al te betrouwbaar hostelletje op de berg en stonden eerstdaags om 4.30 uur op. De lezer zal wellicht bij zichzelf denken: “Wie staat er nu in godsnaam op dat hels uur op?” Wel, wie de zonsopgang wil zien, moet lijden. En we waren niet alleen. In de nachtlucht (met imaginaire soundtrack van Jamie Woon – In the night air) klommen we naar de Bright Summit Peak en staarden in de zwarte leegte. En toen begon het – het eerste nevelrood was daar. Dit was hét moment vlak voor de zon zijn opgang maakte en heet in het Chinees liming 黎明 – tevens ook de vertaling voor Eoos, de studentenkring die mij net tot kersvers preses voor volgend jaar gestemd had. Ik hoop dan ook dat de verbondenheid van dat ene moment, die spannende afwachting, mijn presidium en achterban ook volgend jaar zal verbinden, want eendracht maakt macht.

Na de zonsopgang, het was een uur of zes, begonnen we weer onder leiding van onze aanvoerder te marcheren. Twee uur later beseften we dat we al enorm veel afstand hadden afgelegd, hoewel het nog maar acht uur ’s ochtends was – en we nog minstens vijf uur trappen voor de boeg hadden. Zo zagen we ook arbeiders die, gepakt met minstens vijftig kilo per zak aan een kant, de bergflank vier keer per dag op en neer gingen. Een leven dat ik echt niet benijden kan. Ook weten we dat te voet de trappen afdalen van Huangshan erg lang duurt, maar dat het de moeite wel waard is. Onderweg passeerden we langs piek nummer 3: de Capital of Heaven Peak (Tiandu feng 天都峰), die (gelukkig) onbegaanbaar was – die zag eruit als een muur van trappen.

Vallende rots

Vallende rots

Ik ben echt enorm verrast door Huangshan, het was echt een droomlandschap dat ik wellicht nooit meer te zien zal krijgen. Bovendien hadden we echt wel geluk met het weer: blauwe lucht, vrijwel geen wolken. Maar anderzijds had ik ook graag de beroemde wolkenzee (yunhai 云海) willen zien, misschien was dat nog nét iets impressionanter. Hoe het ook zij, Huangshan is mijn meester, net zoals in de volgende foto iemand op de muur van de tempel aan de voet van het gebergte met gele verf geklad heeft.

"Huangshan is mijn meester"

“Huangshan is mijn meester”

 

 

De volgende dag namen we na een verkwikkende nacht in een spiksplinternieuw hotel de bus naar Hangzhou, waar we natuurlijk het beroemdste meer van China hebben gezien: het West Lake (Xi hu 西湖), alsook de aan het West Lake gelegen Lei Feng pagode (Leifeng ta 雷峰塔), die voorkomt in de Legende van de Witte Slang. Daar werden we ook vervoegd door de Argentijnse Alan. Foto’s zeggen meer dan duizend woorden, dus hier zijn er alvast enkele:

West Lake

West Lake

West Lake

West Lake

Tof weetje: op het briefje van 1 yuan staat een scène die je gewoonweg in Hangzhou kan terugvinden! Hopelijk zien jullie het ook:

Levensecht

Levensecht

Briefje 1 yuan

Briefje 1 yuan

Naast het West Lake hebben we ook nog gewandeld, gewandeld en gewandeld. O, en ook nog met Tessa, die daar studeert (of –de, want ze gaat niet meer zo vaak naar de lessen – foei Tessa :p) en haar overgevlogen lief, Jeroen, getafeld in een zeer lekker restaurant.

Mooi!

Mooi!

De laatste dag van onze trip hebben we in de regenachtige theevelden gespendeerd. Hangzhou staat immers bekend om zijn Longjing Thee 龙井茶 “Drakenput thee”. We zijn er evenwel vergeten te kopen, maar we hebben wel kunnen ruiken aan de pas geoogste theeplanten, op zich ook een ervaring.

Theevelden

Theevelden

Zo, dat was het voor deze keer, ik denk dat er snel een volgende inhaalupdate zal volgen ;-).

April (I): Pasen, verjaardagen & kiesweken

Vooraleer we echt starten met deze post, een korte uiteenzetting van zowel droeve dingen als heuglijke dingen begin april. Eerst het droeve nieuws: eind maart besloot Joke dat ze eventjes genoeg van mij had en verliet ze mij, voor haar mama! Hoe dat ging, lees je hier. Hoe ik me daarbij voelde, zie je hier:

Verdriet om Jokes vertrek

Verdriet om Jokes vertrek

Het heuglijke nieuws dan: Marlies, een medestudente die dit jaar niet in China zit, kwam me bezoeken in Suzhou. Ik liet haar enkele mooie tuinen zien (Lion Grove (met mooie bomen) en Humble Administrator) en nam haar mee naar lekkere restaurantjes. Het weer was ondertussen volledig naar zomerstand omgeschakeld, dus dat was perfect om de indruk te wekken dat het altijd zo’n weer was hier.

Mooie bomen

Mooie bomen

Het hoofdnieuws dan. In de vorige post werd al stilletjes aangekondigd dat ik het pas deze keer over Pasen zelf zou hebben en voilà, nu is het zover. Dit jaar heb ik Pasen niet gevierd met zoeken naar chocolade eieren in de tuin, maar wel op Tsjechische wijze. Dat houdt in dat we in het weekend voor paasmaandag takken zijn gaan verzamelen, die we nadien hebben gevlochten tot een pomlázka (zie prentje) – oké, toegegeven, Jan de Tsjechische kamergenoot heeft het meeste vlechtwerk gedaan, maar ik stond er niet enkel bij en keek ernaar – waarmee we op paasmaandag trokken naar de kamer van onze Tsjechische vriendin Micha. Die had de andere Tsjechische, Helena, en ook twee Chinese meisjes verzameld in haar kamer ‘s ochtends om ons daar te trakteren op een paasontbijt, met als beloning voor de inspanningen die we weldra zouden leveren mooie beschilderde eieren en sterke alcohol. Beloning voor wat, vraag je je wellicht af. Wel, Jan liet me een Tsjechisch versje vanbuiten leren:

Hody, hody, doprovody,
dejte vejce malovaný.
Nedáte-li, malovaný,
dejte aspoň bílý,
slepička vám snese jiný.
Ve stodole na seně,
tam nám bude vesele…

(Festijn, festijn, wij komen langs; geef ons een beschilderd ei; als je het niet geeft; geef dan een wit ei; de kip zal wel een ander voor je leggen; in de schuur tussen het hooi; zullen wij plezier beleven)

Dat versje moest ik opzeggen terwijl ik met mijn pomlázka de meisjes op hun achterwerk sloeg en hen zo zegende met schoonheid en jeugd. Nadien kreeg ik dus zoals gezegd een koningsmaal en alcohol. Na die toffe ochtendactiviteit trokken we naar de klas waar ik ook mijn leraressen heb ‘gezegend’ met deze Tsjechische verjongingskuur. Het heeft wonderwel gewerkt!

Hody hody

Hody hody

Beschilderde eieren

Beschilderde eieren

Twee dagen later was het tijd voor Katrins verjaardag. Die hebben we doorgebracht in een Japans restaurant dat à volonté was voor de (naar Europese normen) erg schappelijke prijs van 15 euro. Het was echt wel superlekker. Katrin leek ook blij met de reuzachtige schildpadknuffel en het kattenvoer van Whiskas (ze geeft graag katten eten hier op de campus) dat Jan en ik hadden gegeven.

Katrin, Sautta en Shengli

Katrin, Sautta en Shengli

Daarna was het alweer verlof hier in China. Voor de Chinezen betekent 5 april Qingming jie 清明节 (Tomb sweeping festival) en de vakantie errond, maar voor mij betekent 5 april maar één ding: VERJAREN! Op de eigenlijke Qingmingjie (uitzonderlijk 4 april dit jaar) hebben we daarom een daguitstap naar Wuzhen 乌镇 gedaan. Wuzhen staat bekend – of maakt toch op die manier reclame voor zichzelf – als het oudste, nog intacta waterdorp in China. Het was prijzig om binnen te geraken in het mooie gebied, omdat er geen studentenkorting gold, maar vooral het westelijk deel was het echt wel waard. Ik denk dat ik nog nooit zo’n pittoresk waterdorp heb gezien. Het viel me ook op dat daar dus nog echt mensen in wonen! Ik hoop dat die niet elke dag een toegangsticket moeten aanschaffen…

Wuzhen landschap

Wuzhen landschap

Het was al duidelijk dat we voor die dag niet al te veel tijd hadden omdat we ca. 16 uur een bus terug naar huis op moesten. Die hebben we niet gehaald, want alle Chinezen in Wuzhen – het was daar vanwege Qingmingjie echt over de koppen lopen – hadden net dan besloten om allemaal tegelijkertijd op de  baan te komen, wat zorgde voor een gigantische file, van hier tot in Tokyo. We stapten dan maar uit de bus en konden mee met een oude man op een soort driewielermotor met achteraan een bak. Vier buitenlanders (Jan, Helena, Katrin en ik) die vervoerd werden in een tijdelijke taxi, er is niets dat de Chinezen komischer vonden en dus waren we dé sterren van het moment in Wuzhen. De bus hebben we uiteindelijk gemist, maar ik kon er gelukkig voor zorgen dat we toch nog een bus later konden boeken.

Een dag later was het zover: ik mocht mijn 22ste kaarsje uitblazen. De dag zelf zijn we (op aanraden van Joke, die nog eens een appearance maakte) nog eens naar Tiger Hill getrokken, dat voor de gelegenheid helemaal ingekleed was in lentesfeer, met meisjes die op oude Chinese instrumenten tokkelden. De pagode stond er nog steeds (scheef). Waar ik wel van versteld stond, zijn de twee boeddhabeelden die we zagen geconstrueerd worden. Dat gebeurt met grote blokken klei die ze aan elkaar hameren en nadien met andere werktuigen modelleren tot een boeddha.

Voor de rode letters van Tiger Hill

Voor de rode letters van Tiger Hill

‘s Avonds zijn we lekker gaan eten in een van mijn favoriete restaurantjes: Yang Yang! Ik kreeg er fantastische cadeautjes, waaronder: tassen, een waaier, boeken, Belgische pralines (!), een T-shirt, een bokken… Het was echt geweldig. Toppunt was misschien wel de spullen waarmee ik een soort hemelbed/prinsessenbed kon maken + bijhorende accessoires. Onder deze foto’s leg ik uit hoe dat komt.

Cadeautjes!

Cadeautjes!

De scepter, afgebeeld hierboven, heeft te maken met het feit dat ik ben opgekomen als nieuwe preses van Eoos volgend academiejaar. De verkiezingen zijn wonderwel verlopen, dankzij een goede kiesploeg en goede plaatselijke begeleiders. Bij dezen dus nogmaals: bedankt iedereen die activiteiten heeft bezocht en meegeholpen heeft! En met dit heuglijk nieuws sluit ik deze post af! Hoera voor Thomastodont!!

poster

Paasupdate!

Gelukkige derde paasdag! Voor een verslagje van hoe mijn Pasen was, moet je nog wachten tot volgende keer, maar hieronder is een overzicht van de voorbije zes à zeven weken.

Uitkijkend

Uitkijkend

De vorige nieuwsbrief deelde mee dat ik vertrokken was in Hong Kong. Gelukkig zijn we veilig aangekomen in Shanghai, waar het tot onze grote verbazing veel kouder was. Wat we daar deden? Joke verwachtte haar zus en ik besloot om zo gul te zijn om met haar te wachten. Hoe het spannende verhaal van deze twee zussen in in Suzhou verliep, kan je op Jokes blog lezen. Nadien vernam ik trouwens dat mijn gulheid echt geapprecieerd werd en dat Leen, de zus van Joke, vond dat “ik echt lief geweest was”, gevolgd door een verbaasde blik op mijn gezicht, omdat ik dacht dat ik altijd lief was, maar niet dus blijkbaar :p

Maar enfin, we kwamen aan in Suzhou op 9 februari, de vooravond van Chinees nieuwjaar en ik besloot om nog snel naar de supermarkt te gaan. Ik kwam er aan de buitenkant een klasgenoot tegen die me wist te vertellen dat de supermarkt om 18 uur sloot en het was toen kwart voor vijf en dat ze al een kwartier niemand meer binnenlieten. Ik dacht vervolgens bij mezelf om het spreekwoord “met alle Chinezen, maar niet met den dezen” eens uit te testen en inderdaad, na uitvoerig smeken – ja, ik weet hoe je op een zeer erge manier kan smeken in het Chinees, want ik heb dat in één van mijn Chinese drama’s geleerd – mocht ik toch wel niet binnen zeker?!

Chinees nieuwjaar heb ik niet op bezoek bij Chinezen zelf geleerd, zoals veel andere klasgenoten hier in China, maar op een manier waar ik eigenlijk wel naar smachtte voor andere feestdagen zoals nieuwjaar: tv-kijkend in mijn bed met snacks! We weten ondertussen dat Céline Dion het een eer vindt om in China op te treden en dat ze ‘jasmijn’ in het Chinees kan zeggen en zingen. Later die avond barstte de hel los – vuurwerk overal, verschillende uren non-stop. Mooi om te zien, maar na een uur kijken heb je daar eigenlijk wel genoeg van gezien.

De rest van de wintervakantie verliep rustig. Ik kon bijslapen (lees: lekker luieren) in de namiddagen en eigenlijk gewoon mijn goesting doen, vakantie in de puurste betekenis van het woord. Behalve natuurlijk die ene nacht (19 februari) dat het om vier uur ‘s ochtends keihard bliksemde en een boom op nog geen tien meter voor mijn kot geraakt werd en de volgende ochtend alles sneeuwwit zag – ik zeg sneeuwwit omdat er plots sneeuw lag – en de boom gespleten was.

Gebroken boom

Gebroken boom

Dat was ook de periode dat ik een roommate kreeg: Jan uit Tsjechië. Met alle exotische namen die ik hier al gehoord heb, was ik stomverbaasd dat ik de normaalste naam van België hier bij mij in de kamer kreeg. Zdenek Stybar kende hij niet (ook niet toen ik dat ‘juist’ probeerde uit te spreken), maar verder is hij echt wel een mr. nice guy. Hij heeft trouwens ook een blog!

Enkele dagen later zijn we naar de Confuciustempel in Suzhou geweest en de Canglangtuin. Ik had verwacht dat de Confuciustempel (fuzi miao 夫子庙) meer indruk ging maken dan dat hij deed. Het was meer een gebouw, waar ooit Confucius vereerd werd en dat nu een beetje vervallen was en eigenlijk vooral dienstdeed als rommelmarkt. Spijtig, spijtig…

Thomas en Confucius

Thomas en Confucius

De Canglang tuin (canglang ting 沧浪亭) anderzijds was wel de moeite. De lente deed zijn best om door te breken, wat hier en daar voor bloesem zorgde – op het moment van schrijven is het bijna zover dat OVERAL bloesem is, dus we doen ons best om voor prentjes te zorgen. Speciaal kenmerk van deze tuin: één buitenmuur is vervangen door een waterpartij (gracht/meertje), waardoor de makers van de tuin de illusie wilden wekken dat de tuin voor eeuwig doorliep en niet enkel een oase van rust en schoonheid in de stad is. Redelijk geslaagd, zou ik zo zeggen.

Intrede van de lente

Intrede van de lente

Daarna begon het tweede semester, waar ik nu al vijf weken les heb gehad. Ik zit in het vijfde niveau. Lezers met een goed geheugen zullen nog wel weten dat ik in het begin mocht kiezen tussen vier en vijf, en toen voor vier heb gekozen. Wel, ik ben nog steeds blij met die keuze, want er is gewoon geen zesde niveau, omwille van de weinig mensen! Dus eigenlijk zit ik toch nog in het hoogste niveau. De mensen komen grotendeels ook uit mijn klas van vorig semester + de andere klas + enkele ‘blijvers’. De lessen zijn nog steeds vrij leuk, onze docente van Chinees, Yang Hui 杨慧, en die van kijken-luisteren (maar niet meer spreken), Han Rong 韩蓉, geven ons nog altijd les, aangevuld met een spreeklerares die mijns inziens misschien beter bij haar leest had kunnen blijven, want ze interpreteert het vak ‘spreken’ vooral als spreekoefening voor zichzelf…

Ik volg dit semester ook nog een filmles, waarin we films kijken en de les erna bespreken (maar daar ga ik niet naartoe :D ) en een les ‘lezen op gevorderd niveau’. Dat laatste doe ik vooral omdat ik eind april mee ga doen aan HSK (Hanyu shuiping kaoshi 汉语水平考试). Mijn vorige succesvolle deelname dateert al van 2010, toen ik voor niveau 3 slaagde. Na drie jaar moet 5 dan geen probleem zijn zeker, ware het niet dat het minstens 4 keer zoveel woordjes zijn en ik dus nog wel wat moet studeren ervoor :p

Wat hield me nog bezig de afgelopen weken? Wel, we (= Tsjechische Micha, Jan en Helena en Belgische Joke en Thomas) zijn naar Mudu 木渎 geweest, een waterdorpje dat dus gewoonweg met de metrolijn (die ene die we hebben) bereikbaar is en leeft van het toerisme die er oud uitziende gebouwen met zich meebrengen (inclusief optie om foto’s te laten trekken in Qing-dynastiekleren). We hebben daar enkele tuinen gedaan en wat sfeerfoto’s getrokken. Ik wil er nog eens teruggaan, want er was een berg daar – voor Belgen is alles wat een beetje boven de horizon uitkomt een berg – en die wil ik ook nog beklimmen! Tijd voor sfeerfoto’s, want een beeld zegt meer dan duizend woorden, (waar we er achtenvijftig boven zitten!)

Gracht

Gracht

Hong Kong, Geurige (thuis)haven!

Eindelijk is het zover, ik kan over Hong Kong schrijven! Wie mijn vorige post gelezen heeft, proficiat. Wie dat niet gedaan heeft, heeft nu de kans van zijn leven. De geïnformeerden weten dus ook dat ik een dik uur had op de metro vooraleer ik Joke zou ontmoeten in Hongqiao, een luchthaven van Shanghai. Onze vlucht naar Shanghai vertrok rond de middag (op 2 februari) en ik had er zin in!

In Hong Kong, de “Geurige Haven” (Xianggang 香港), werden we opgewacht op de luchthaven – oké, we werden niet echt opgewacht, maar wel gevonden na zo’n tien minuten van “verdwalertje spelen” – door niemand minder dan onze vriendinnen Lai Man en Yoana! Lai Man, een Belgische met Hong Kongse roots, had een octopuskaart geregeld voor ons, waarmee je op zowat alle mogelijke manieren die mijn voeten te boven gingen kon verplaatsen in Hong Kong. We namen dus de metro naar ons hotel en ook de tram, wat ginder lightrail heet. Daarna bleek dat we niet veel tijd hadden, want we werden zowaar verwacht op een barbecue bij Lai Mans familie!
(Tussen haakjes: hieronder is het beeld dat iedereen heeft van Hong Kong: druk, druk, druk; veel verkeer… maar dat is niet waar, haha!)

Dubbeldekkertrams

Dubbeldekkertrams

Ik denk dat al vanaf de eerste avond bleek dat ons reisje niet meer kapot kon, want de familie was echt supergastvrij. Ik heb geleerd dat je op alles honing moet smeren om het lekkerder te maken – hoera, een zoete keuken. Het was soms even sukkelen met te ontwaren hoe de familierelatie nu juist in elkaar zit, want zeg niet gewoon nicht tegen een aangetrouwde achternicht van het vierzeventigste knoopgat. Oké, zo ingewikkeld was het ook niet, maar toch… familievocabulaire blijft moeilijk in het Chinees. Ook bleek dat ze gelukkig wel wat Mandarijn konden spreken daar, wat me toch wel wat gerust stelde over mijn plantrekkerij.

BBQ!

BBQ!

Yoana, die er al enkele dagen voor ons was, had al heel wat bezocht en dus besloten we om dag twee een uitstap te doen naar iets wat nieuw was voor ons allemaal. Onze gedachten vielen op een vissersdorpje dat de naam Tai-O had. Ook Lai Mans broer, Po Wing, vergezelde ons. Tai-O was wel tof, we hebben bootje gevaren en in een vrij authentiek toeristisch restaurantje gegeten, waar Po Wing ons vakkundig toonde hoe je stokjes en eetgerei moet wassen met warm water alvorens ervan te eten; in Suzhou doe ik dat eigenlijk nooit, want dat is altijd in plastic ingepakt.

Leuke transportweetjes: het woord voor ‘bus’ in het Kantonees is niet gonggongqiche (‘gemeenschappelijk voertuig’ 公共汽车), maar wel bashi 巴士; zo is ‘taxi’ niet chuzuche (‘uithuurauto’ 出租车), maar wel dishi 的士. Dit heeft natuurlijk te maken met de ca. 150-jarige Britse overheersing. Er volgen nog wel meer parallellen met Groot-Brittannië.

Family pic

Family pic

‘s Avonds zijn we dan gaan eten bij een ander familielid van Lai Man, echt wel de moeite waard! Bovendien woonden ze vlak tegenover ons hotel, dus dat kwam wel handig uit. De vader kon echt supergoed koken en had echt een heus diner voorbereid. Bovendien waren ze allemaal echt bijzonder sympathiek.

Familie-etentje

Familie-etentje

Dag drie, Lai Man liet ons met yamcha (geen idee hoe je dat eigenlijk schrijft) kennismaken – een soort cakejes en hapjes ontbijt. De delicatessen werden zorgvuldig door haar uitgekozen, met als hoogtepunt een eiertaartje gemaakt met vogelspeeksel, echt een ware delicatesse volgens Lai Man. Joke en ik waren er niet zo dol op…

Later die dag besloten we om de Grote Boeddha (tiantan da fo 天坛大佛) te bezoeken, een ‘klein’ boeddhaatje van zo’n 25 m hoog. We namen het openbaar vervoer (en niet de kabelbaan :( . Ach ja, je moet ook iets hebben om naar uit te kijken bij terugkomst). De Boeddha verwelkomt sinds 1993 devote boeddhisten en geïnteresseerde toeristen. Aldus gingen ook wij een kijkje nemen en betaalden ook ineens het museumticket waarvoor je de relikwieën mocht bekijken, een drankje kreeg en nadien ook een ijsje mocht opeten. Triple win!

Big buddha!

Big buddha!

Na ons bezoek aan Mr. Big Buddha keerden we terug naar het centrum, waar we de Peak Tram namen naar – je raadt het nooit – de piek boven Hong Kong (Victoria Peak, nvdr), met een fantastisch uitzicht op de skyline van Hong Kong. De Peak Tram is een overblijsel van de Britse periode en neemt klimmers al zo’n eeuw met zich mee naar boven. Het was duwen en trekken, wachten en wachten en ten slotte konden we er ook in! Na een mooi uitzicht daalden we af via de snoepwinkel met westers snoep. Vervolgens begaven we ons naar de naar de Star Ferry, de typische manier van water oversteken daar, ook te betalen met de octopuskaart en kwamen we aan op de Avenue of Stars, nabij Tsim Sha Tsui! Dat is eigenlijk de “Walk of Fame”, gewijd aan de Hong Kongse cinema. Na die avond weten we dat mijn handen kleiner zijn dan die van Jackie Chan :(

Thomas Lee

Thomas Lee

De dag erna namen we afscheid van Yoana (met luxeontbijt in het hotel, merci Lai Man!) en daarna nam Lai Man ons mee naar de Sik Sik Yuen Wong Tai Sin Tempel om geluk voor haar nichtje af te smeken van de taoïstische godheden. Het was echt wel mooi en ik ben blij dat ze ons daar mee naartoe nam, zeker toen bleek dat ze er nog niet was geweest met Yoana of Tessa – die er de week voorheen was geweest. Mocht je je ooit in die tempel bevinden zonder offerspullen, weest dan niet getreurd, er zijn genoeg kraampjes die die dingen verkopen, zowel in als buiten de tempel.

In de namiddag kregen we een andere unieke gelegenheid: Lai Man leidde ons naar de grootste nieuwjaarsmarkt (Chinees nieuwjaar zat er aan te komen) EVER en kocht er enkele slangen bij de King of Snakes - zij was van het jaar van de Slang. Vrijwel alles wat je nodig kan hebben om nieuwjaar te vieren, kan je daar vinden. De markt is er slechts enkel rond die periode; de rest van het jaar is het een gewoon plein, met een standbeeld van koningin Victoria.

Bidden in de tempel

Bidden in de tempel

Op 6 februari kregen we van Lai Man een dagje alleen cadeau om de stad zelf te verkennen. Ik had dan voor ons tweeën gepland dat we naar het Hong Kong Museum of History gingen gaan. Op die dag was dat bovendien gratis, behalve voor de buitengewoon goede expositie over Mesopotamië – de vriendjes van Oude Nabij Oosten in Leuven eventjes steunen -, gemaakt met gerief dat ze uit het archief van het British Museum hadden gehaald. Interessant was ook de interactieve kleurplaten, waar Joke zich mee bezigde terwijl ik even de toiletzaal bezocht.

De tentoonstelling over de geschiedenis van Hong Kong erna was eigenlijk echt wel supergoed en ik heb zelden zo’n goed museum bezocht. Er was film, je mocht foto’s trekken – enfin, ik deed dat toch – en véél materiaal. Echt heel interessant werd het pas vanaf we in de negentiende eeuw aankwamen, met de opiumoorlog (met Lin Zexu) en de ‘Ongelijke Verdagen’ tot gevolg. Daarna kwamen we in Britse overheersing, Japanse overheersing, Britse overheersing en ten slotte in de ‘Hereniging’ met Mainland China in de jaren ’90. Het is vreemd als ik bedenk dat die dingen pas gebeurd zijn nadat ik geboren ben, want normaal heb je bij geschiedenis het idee dat zich dat in een galaxy far far away afspeelt…

Team Suzhou neemt de tram

Team Suzhou neemt de tram

Na het bezoek aan dat echt wel goeie museum begaven we ons onder telefonische gidsbegeleiding van Lai Man naar de Man Mo Tempel 文武庙, volgens mijn Lonely Planet de beste tempel in Hong Kong. Tevens ook de enige tempel waar Tessa (en ik denk Yoana) naartoe zijn geweest. Wel, ik kan je vertellen dat ze in het zak zijn gezet. Niet alleen was de tempel moeilijk te vinden – wij liepen denk ik steeds nét naast de richtingsborden -, maar daarenboven stonk het er naar te veel wierook (“trop is te veel”) en was je er op één, twee, drie terug buiten.

Een beetje teleurgesteld begaven we ons dan maar te voet richting Avenue of the Stars, waar we enkele dagen voorheen al geweest waren met Yoana (cf. supra). Die eerste keer was dat eigenlijk om een lasershow te zien, maar die hadden we toen gemist. Joke en ik kregen dus een herkansing, maar moesten eerst nog langs enkele belangrijke tussenstops.

Als eerste gingen we langs de Bruce Lee Fanclub, volgens mijn reisgids een museumpje dat ook spullen van hem verkocht. Wel, de fameuze Bruce Lee Fanclub was gevestigd in het grootste rommelkot dat ik ooit gezien heb – echt, als je ooit een bepaald legomannetje of figuurtje van Dragonball mist, dan kan je daar terecht. De mevrouw was ook totaal niet vriendelijk en ik mocht niks aanraken dat den Bruce himself had gehandtekend. Ik heb ze maar moreel gesteund en voor 30 eurocent twee fotootjes gekocht.

Op naar de volgende attractie: restaurant + Temple Street Night Market. Dat was gelukkig wel een goed plan, want ik heb er een zak gekocht en ook keicoole Chinese dingen mogen passen van een mevrouw van wie ik niet wou kopen. Lai Man wist ons achteraf te vertellen dat ze zich ongerust maakte dat we ons in zo’n gevaarlijke buurt hadden bevonden, mais on sait tirer son plan!

Daarna terug op Avenue of the Stars, waar we dus uitzinnig uitkeken naar de fameuze lasershow. Helaas was er niet veel te zien en was het eigenlijk twee keer niks. We hadden ons voorgenomen om het op te nemen voor Yoana, maar tja, als de lichtjes niet meewerken… Ik denk dat Joke nu met een filmpje van twintig minuten op haar fototoestel zit met enkel wat lichtjes aan de rivier op…

Temple Street Night Market

Temple Street Night Market

Na onze uitstap gingen we terug naar het hotel voor avondeten. In ons hoofd zinderde “My heart goes shalalala in the morning” nog na, want dat is daar op de dijk een hit, niet normaal! Daarna heb ik de geweldige sauna van ons hotel ontdekt! Ik had wel nog maar een kwartier tijd voor die sloot, maar het was het waard, want ik ben er de komende twee dagen nog drie keer teruggekeerd en heb er zelfs een sms-vriend aan overgehouden, haha.

De voorlaatste dag zijn we met Lai Man eerst op wandeltocht gegaan langs het financiële centrum van Hong Kong, zeer interessant, want wij met ons toeristenplunje vielen daar totaal, maar dan ook totaal, uit de modieuze stijlboot. We zijn in het gebouw van de Bank of China geweest, waar wij onze paspoort moesten laten zien, een soort account hebben laten aanmaken en vervolgens naar het 43ste verdiep zijn opgestegen. Daar werden we getrakteerd op een wondermooi uitzicht over Hong Kong, van binnenin Hong Kong (t.o.v. de Peak die vanop afstand kijkt). Daarna ging de wandeltocht verder naar de HSBC, waar we fotomodel hebben gespeeld met de twee iconische leeuwen Stephen en Stitt, die er al minstens langer staan dan de Japanse overheersing, want toen gebruikten ze die als schietdoelwit; je kan de kogelgaten nog zien. Achter de HSBC staat trouwens een wolkenkrabber die echt de wolken krabt, wel tof om eens een toren van Babel in het echt te zien.

Wolkenkrabber

Wolkenkrabber

Daarna begaven we ons naar het Hong Kong Park, echt een stukje (artificiële) groene long in Hong Kong, compleet met waterval en volière. Het was mooi en leuk dat we de naam Jacques Rogge tegenkwamen op iets van de Olympische Spelen. Er was ook een theemuseum met een een wel erg leuke meevallende verrassing als gevolg, maar ik ben gebonden aan zwijgplicht.

Erna nam Lai Man afscheid van ons om inkopen te gaan doen voor haar nichtje – wat we wel begrepen, Hong Kong is immers niet alleen om ons te zien, maar ook haar familie te bezoeken en dingen te regelen, maar toch vonden we het jammer. We namen dus afscheid van haar en gingen naar de laatste topattractie uit mijn reisgids: het boeddhistische Chi Lin Klooster, nabij een metrohalte genaamd Diamond Hill – dat voorspelde alvast veel goeds!

We stapten daar uit en aten McDonald’s in het winkelcentrum waar de metrohalte uitkwam – de prijzen zijn hetzelfde als in Suzhou – en daarna begaven we ons naar het klooster, volgens mij het best bewaarde geheim van Hong Kong. Echt waar, het was alsof we in een soort oase van boeddhistische rust kwamen, een klooster dat er authentiek uitzag (maar eigenlijk vrij nieuw was), gelegen tussen de bergen (met bergnevels) en zonder veel verkeerslawaai op de achtergrond.

Dé grote trekpleister is echter de tuin die er tegenover ligt, en die wel erg hard op het Westelijk Paradijs van Amitabha lijkt, compleet met zenachtige rotstuinen en een gouden paviljoen met een erbij vloekende knaloranje brug (onze noorderburen zouden in hun vuistje lachen). Joke en ik besloten unaniem dat dat het mooiste was van alles wat we in Hong Kong hadden gezien.

Westelijk Paradijs

Westelijk Paradijs

En dat was het zowat voor onze Hong Kong reis. Ik was echt enorm blij om Lai Man terug te zien en natuurlijk ook Yoana, maar dat was natuurlijk minder lang geleden. En je merkt eigenlijk echt wel dat Hong Kong niet Volksrepubliek China is; zeg dus ook nooit zomaar ‘Chinees’ tegen een Hong Konger (ja, Hong Konger is de officiële naam voor een inwoner van Hong Kong; nee, ik kon het ook niet geloven). Hong Kong is veel westerser, het wemelt er van de buitenlanders, maar ook de Hong Kongers zelf zien er anders uit dan Chinezen, netter, groter… Kantonees is eigenlijk onbegrijpbaar als je het hoort, maar geschreven kan je je met Mandarijn Chinees eigenlijk bijna overal perfect redden. En het is eigenlijk de eerste keer dit jaar op een reisje dat ik achteraf tegen mezelf zeg: “Hier moet ik zeker nog eens terugkomen.” Vaak heb je immers het gevoel dat het mooi is, maar ik ben nu op Hainan geweest en hoef daar niet direct per se terug naartoe, maar Hong Kong is anders. Was het de gastvrijheid van Lai Man en haar familie of gewoon de stad, die buitengewoon groen is (zo’n 60% van Hong Kong bestaat uit natuur en bergen – ja er zijn bergen in Hong Kong!). Ik weet het niet, ik weet gewoon dat ik er veel aan heb gehad en nadien met wat weemoed (wellicht het afscheid aan Lai Man en haar broer, die ons vrijwel op de vlieger terug heeft gezet).

Met mijn hand op het hart kan ik zeggen: Geurige Haven, tot ziens!

Vlag Hong Kong en China

Vlag Hong Kong en China

Thomas en Lai Man

Thomas en Lai Man

De Belgische delegatie

Amper vier dagen na het vorige avontuur in Hainan verwachtte ik hoog bezoek: een delegatie uit België, bestaande uit ons mama en Yort! Ik had een hele planning uitgestippeld in die vier dagen dat ik terug was in Suzhou (daarnaast heb ik ook mijn Augiasstal uitgemest, keeping up appearances :p ).

Het was dus op een koude zaterdagochtend dat ik de bus nam naar Pudong, de internationale luchthaven van Shanghai. Jawel, je leest het goed, er is een buslijn rechtstreeks naar Pudong! Na een busrit zo’n tweeënhalf uur kwam ik aan en schoot lichte paniek me te binnen, want het vliegtuig was al tien minuten geland. Niet getreurd, ik kon nog steeds netjes een kwartier op mijn gasten wachten. Uit de gate kwam Yort als eerste over de “eindmeet” heen, waardoor ik verwonderd was – waar was mijn mama? – en ook tegelijkertijd ontzettend blij. Mama had een lichte vertraging van zo’n halve minuut, maar kwam gelukkig ook goed bij mij terecht. Het weerzien was waarlijk geweldig!

We namen de bus terug en dan nog een andere bus en dan Yort inchecken in mijn hotelkotkamer en dan mama inchecken in My Hotel (de naam van haar hotel) en vervolgens toerist spelen. Ik had besloten om ze als eerste Shantangjie te laten zien. Trouwe lezers weten ondertussen al dat dit een pittoresk straatje is dat het oude Suzhou zou moeten weerspiegelen. Door de Starbucks bij de ingang valt er wel wat aan die ouderdom te twijfelen, maar ze vonden het in ieder geval prachtig (en ik ook). Na deze mooie attractie konden we met z’n drieën genieten van het beste restaurant dat ik hier in de buurt ken – Yangyang 洋洋. Voor wie zich ooit in Suzhou bevindt, het is te herkennen aan het grote bord “Recommend by Lonely Planet“, tevens mijn favoriete reisgids.

De Slang van Shantangjie

De Slang van Shantangjie

De volgende ochtend had ik een pittige wandeling voorzien naar de mooiste plekjes in Suzhou. We vertrokken vanuit My Hotel naar de hoofdcampus van mijn universiteit (= de straat oversteken), gevolgd door Pingjianglu (een levendig straatje naast een riviertje) en daarna twee tuinen: de Lion Grove Garden (shizi lin 狮子林 ‘Bos van Leeuwen’) en de Humble Administrator’s Garden (zhuozheng yuan 拙政园 ‘Tuin van de Nederige Bestuurder’). De Shizi lin was veruit de mooiste, met talrijke rotsformaties die leeuwen moesten voorstellen (en daar soms, met een beetje fantasie, inderdaad nog wel op leken). Blijkbaar maken ze die rotsen door die in het Taihu-meer 太湖 (voor sinologen: dit is een pleonasme à la Yuyuan-garden 豫园) te leggen. De Humble Administrator was anderzijds compleet verschillend: dit is de grootste onder de tuinen in Suzhou en is eigenlijk een park op zichzelf met zigzaggende weggetjes over een vijver. Het heeft ook wel iets. Daarna ontdekte ik dat het gratis Suzhou Museum naast de Zhuozheng yuan ligt en dus gingen we daar ook even een kijkje nemen. De architectuur van het gebouw vond ik interessanter dan de collecties, maar ik wil er nog wel eens terugkeren om alles onder de loep te nemen. Het avondeten dat ik gepland had was samen met Joke hotpot (huoguo 火锅) te gaan eten in onze favoriete hotpotplaats. Het was lekker!

Zhuozhengyuan

Zhuozhengyuan

De dag erna zijn we naar Oushang (Auchan) gegaan om daar donuts te eten bij Dunkin’ Donuts en daarna naar de boekenwinkel van Guangqianjie zijn geweest. De Belgische delegatie leek er haar ding niet te vinden en dus hebben er maar ene gepakt in de Starbucks als troost. De avond stond niet in het teken van België, maar van Japan: mijn klasgenoot en vriend Youmi had die avond het door ons geplande afscheidsetentje in Yangyang (het restaurant van de eerste dag). Nu ik dit schrijf, is het nieuwe semester al begonnen, en ik mis hem wel een beetje soms in de klas…

Youmi en ik

Youmi en ik

De volgende dag was het alweer de laatste dag in Suzhou. Om dat te vieren (?) hebben we de Master of Nets Garden (wang shi yuan 网师园) bezocht, die eigenlijk echt superdicht bij mijn universiteit ligt. Ik denk dat dit de kleinste tuin is in Suzhou en dat zorgde dus ook wel voor een mooi contrast met de andere twee. De tuinen die we bezocht hebben zijn alledrie typisch maar toch ook compleet anders. Erna was het tijd om naar Shanghai te vertrekken, waar we aankwamen in een echt luxehotel voor een normale prijs. We hebben die avond superlekkere pizza gegeten.

Nog een dag later hebben we het gratis Shanghai Museum bezocht. Ik denk dat de delegatie het meest onder de indruk was van de etnische maskers. Daarna staken we de drukke straat over onder naar de Planning Hall, wat ze ook wel tof vonden. ‘s Middags lunchten we zowaar in een nogal verborgen Fritkot!! In de namiddag op de vroegere hippodroom die nu People’s Square heet, zijn we gewandeld naar de Bund. Na die escapade zijn we de naar de nieuwere overkant gegaan via de veel-te-duur-voor-wat-het-isse Bund Sightseeing Tunnel en zijn we gaan eten in een restaurant dat in mijn Lonely Planet stond.

Fritkot!!

Fritkot!!

De laatste dag van januari was het tijd voor wat moderne kunst in het MOCA (Museum of Contemporary Art) van Shanghai. Ik ben vergeten welke twee artiesten er hun werk tentoon stelden, maar ik vond het wel interessant om eens Chinese moderne kunst te zien. En in tegenstelling met de moderne kunst, was het in de namiddag tijd voor de Yuyuan-garden 豫园 (cf. supra). Deze tuin had ik al eens bezocht in september, maar ook nu was hij nog steeds even indrukwekkend, vooral met de nieuwjaarsversieringen. Onderweg naar de Yuyuan hebben we ook nog de Confuciustempel bezocht, waar we een soort theeceremonie hebben gedaan (zonder aankoopverplichting). Eigenlijk hebben we die dag een wandeling die ik had uitgestippeld voor augustus omgekeerd afgewandeld.

Portret of Mao

Portret of Mao

Onze laatste volledige dag hebben we gespendeerd aan eerst zoeken (zonder resultaat) naar het wereldexpogebouw van China. Ik weet eigenlijk echt niet welke halte dat je daarvoor moet afstappen… Daarna nog een tempel waar we een Amerikaanse toeriste al het offergeld bijeen hebben zien rapen en in haar handtas zien stoppen. Van heiligschennis gesproken! En we hebben die dag twee keer goed op Xintiandi gegeten: één keer Chinees en één keer nog eens de pizzeria van de eerste dag.

Skyline van Shanghai

Skyline van Shanghai

De dag erna kwam het trieste moment eraan. Na de prelude waarin we uitcheckten in (of eerder uit) het hotel, bevonden we ons in onze metrohalte. We namen de metro naar People’s Square waar we moesten overstappen op lijn 2, die de twee luchthavens verbindt. Twee luchthavens? Ja, want Yort en mama gingen naar Pudong en ik ging naar Hongqiao. Het was bijna zo’n moment van op tv, waarin de metro’s aan weerszijden beide juist aankomen en er nog slechts tijd is voor een dikke knuffel en een “ik ga u missen”, waarna de twee partijen zich elk begeven naar hun metro en het afscheid gedaan is. Ik had eigenlijk meer moeite met deze keer vaarwel dan in het begin – paradoxaal, want het is nog maar een half  jaar… Wellicht is dat het besef van wat er nog te wachten staat eindelijk in China aangekomen. Misschien gaat het lichaam wel met het vliegtuig en reist de ziel te paard, zoals voorgesteld in Het Stenen Bruidsbed van Harry Mulisch (lees het niet; en ook: het gefluister is groen!).

Ach ja, ik had een dik uur om te rouwen, want al gauw zou ik Joke verwelkomen in Hongqiao om samen naar Lai Man te gaan in Hong Kong! Maar meer daarover in een volgende post.