Saturday night fever: de laatste zaterdagen van oktober

Er zijn alweer twee weken voorbij sinds mijn vorige blogpost, waarin ik de rest van mijn 1-oktobervakantie vertelde. Hoog tijd om ook korte metten te maken met wat ik de laatste drie zaterdagen in oktober heb gedaan.

Maar voordat we beginnen met vertellen, nog een kleine dienstmededeling: vorige week donderdag en vrijdag waren het hier plots tussentijdse examens. De resultaten zijn nu al binnen – daar kan de KU Leuven nog iets van leren, qua snelheid! Voor kijken-luisteren-spreken 视听说 (shitingshuo) – ja, dat is één vak – had ik 89%; voor Chinees 汉语 (Hanyu) had ik een niet slechte 94,5%. Om toch maar even te zeggen dat ik hier ook wel studeer. En dan nu over naar de zaterdagen!

Begrijp me niet verkeerd, de weken zijn hier ook leuk, vol met les en andere leuke bezigheden… maar de meeste uitstapjes gebeuren in het weekend. Zo kwam het dat we op 13 oktober naar Hanshan Si 寒山寺 gingen en de ernaast gelegen Fengqiao 枫桥 (“Esdoornbrug”), die blijkbaar bekend is om het jueju gedicht “Een nacht verblijven bij de Esdoornbrug” 《夜泊枫桥》 van Tang-dichter Zhang Ji 张继. We waren op aanraden van onze leraar ‘Algemeen overzicht van China’ (zhongguo gaikuang 中国概况) erheen getrokken. Die les is het leukste bijvak dat we kunnen volgen en bestond de laatste weken uit prentjes tonen van mooie plaatsen in China.

枫桥夜泊

月落乌啼霜满天,

江枫渔火对愁眠。

姑苏城外寒山寺,

夜半钟声到客船。

Oftewel:

Een nacht verblijven bij de Esdoornbrug

De nacht valt, de kraaien kraaien, mist vult de hemel;
Bij de twee bruggen kan ik in tegenstelling tot visser en vuur de slaap niet vatten.
Op dat moment ben ik buiten Suzhou, in de Hanshan tempel,
Midden in de nacht bereikt het geluid van de klok mijn passagiersschip.

De ernaast gelegen Hanshan tempel is dus een tempel, gewijd aan Hanshan thank you  captain obvious. Hanshan (‘Koude berg’ voor zijn Nederlandstalige vrienden) was een monnik en dichter uit de 9de eeuw n.C. Zijn poëzie is wel leuk, vooral op koude dagen! (Oké, dat is niet echt grappig, sorry.) Nadien kreeg hij ook nog wat volgelingen in Japan en daar waren zo vooral blij met de bel van de beltoren in de tempel. Leuk weetje over die beltoren: alle Chinese toeristen die die toren beklimmen, proberen iets te raken op de daken aan de overkant van die toren en gooien er dus allemaal munten heen. Ze gooien vooral munten van 1 yuan 元 (spreek uit: “ju-én”). Ik denk dat wanneer mijn geld op is op het einde van de maand, dat ik er nog eens heen ga en wat geld ga proberen op te vangen, want tempelgeld is sowieso vier keer zo goed als gewoon werelds geld, net zoals die redenering opgaat voor wijwater en Spa (of Chaudfontaine of Bru of kraantjeswater of…).

Nog een tof verhaaltje: vanwege mijn blonde manen, wilden alle Chinezen per sé met den dezen op de foto, terwijl mijn reisgenoten van de dag – Joke, Youmi, Katrin en Sautta – mij maar uitlachten. Daarna draaiden de Chinezen zich om en kregen zij de eer om vereeuwigd te worden in het virtueel geheugen van hun fototoestel gsm.

De week erna, 20 november, trokken we naar een pretpark hier in Suzhou: Suzhou Leyuan 苏州乐园. Wie mij kent, weet dat ik vrijwel nergens in ga, en mij dus meestal moreel verplicht voel om ‘de boekentassen bij te houden’ – ja dat is een verwijzing naar het tweede middelbaar toen ik Bobbejaanland alleen achterbleef, omringd door twintig boekentassen en met de sacoche van de lerares in mijn handen. Bedankt daarvoor! – maar ditmaal kon ook Youmi bijna nergens in en dus had ik een leuke gesprekspartner. Het pretpark is een clash van verschillende stijlen en naast attracties die we bij ons hebben, zagen we ook de lokale mascottes en Chinezen gehuld in een Romeinse outfit en een samoerai outfit, hoewel Youmi mij wist te vertellen dat samoerai er zo helemaal niet uitzien. Weet hij veel, het is niet dat hij Japans is ofzo… ^^

Hoogtepunt van de dag: op het einde toen we in een soort kraan (dat ze ook in de Efteling hebben) naar omhoog gingen en een uitzicht kregen over Suzhou Leyuan.

Griezelpunt van de dag: toen we in het spookhuis liepen en er plots een witte hand naar mij schoot. En o ja, ik had een superbange Japanner – Youmi – achter mij lopen, met zijn handen drukkend op mijn schouders en zijn gezicht verborgen achter mij, omdat hij bang is in het donker. Deze week leerden we trouwens dat hij geesten kan zien…

Alweer een weekje later zetten we ons weekend in op vrijdag met niet naar de taekwondo te gaan, maar in plaats daarvan eens goed te gaan eten, gevolgd door een spontane karaoke sessie. Ze hadden alweer geen Japanse liedjes – die zijn dus allemaal gewist door het Sekaku-eilanden conflict en de mogelijke oproer erover. Vreemd is wel dat er telkens wel een map is, waar Japanse liedjes in zouden moeten staan. De (zater)dag erna besloten we om een sleepover te doen op het grootste kot, dat van mij dus. We besloten om Red Cliff 1 & 2 te kijken, in totaal dus vijf uur kijkplezier. Na het inslaan van de nodige goederen om zo’n avond te overleven – Leffe, Kriek, Duvel (die hebben we laten staan in de winkel), een soort bacardi breezers, chips, ijsjes… – stond iedereen klaar met zijn matras in mijn kamer en begonnen we eraan. Sommige mensen konden beter tegen de drank dan anderen; ja ík kon er nog steeds tegen… De rest van de film ging voorbij, hoewel ik niet alles even aandachtig heb gezien.

Oh, nog één belangrijk ding! Ik heb mijn haar hier laten knippen. 10 punten voor wie kan raden op welke foto mijn haar geknipt erop staat! (Tip: lees de bijschriften…)

En dat was eigenlijk de rest van oktober. In de volgende aflevering krijg je een verslag van mijn vierdaagse naar…. Shaolin!

Tot de volgende!

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s